Ga naar hoofdinhoud
Home Kennis Overtrederschap artikel 13 Wet bodembescherming bij het blussen van een brand met PFAS-houdend blusschuim

Overtrederschap artikel 13 Wet bodembescherming bij het blussen van een brand met PFAS-houdend blusschuim

Op 24 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een uitspraak gewezen over het functioneel daderschap bij een overtreding van artikel 13 Wet bodembescherming bij het blussen van een brand met PFAS-houdend blusschuim. In deze uitspraak past de Afdeling het in 2023 genuanceerde overtredersbegrip toe, waarbij voor het functioneel daderschap (overtreding) van een rechtspersoon wordt aangesloten bij de strafrechtelijke IJzerdraadcriteria. In de uitspraak van 24 december 2025 leidt dit tot een andere uitkomst dan in eerdere jurisprudentie gangbaar was. Voorheen hanteerde de Afdeling als uitgangspunt dat eventuele milieurechtelijke overtredingen bij het blussen van een brand worden toegerekend aan het bedrijf waar de brand is ontstaan. Dat is niet langer zonder meer het geval. In dit blog lichten wij dit toe.

Waar gaat deze zaak over?

Op 17 december 2019 is in een hoogspanningsstation van TenneT brand ontstaan. Meerdere brandweerkorpsen uit de veiligheidsregio hebben de brand geblust, waarbij onder andere PFAS-houdend blusschuim is gebruikt. De bodem is daardoor verontreinigd met PFAS.

Aan TenneT is door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente (college) een last onder dwangsom opgelegd die strekt tot het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming. Het college stelt dat TenneT deze bepaling heeft overtreden, omdat het blussen met PFAS-houdend blusschuim aan TenneT kan worden toegerekend en onvoldoende maatregelen zijn getroffen om de verontreiniging ongedaan te maken.

Invulling bestuursrechtelijke overtredersbegrip

Omdat TenneT niet zelf de handeling heeft verricht waardoor de PFAS-verontreiniging is ontstaan (zij heeft niet zelf geblust), staat in deze procedure de vraag centraal of TenneT als functioneel dader (overtreder) van de overtreding kan worden aangemerkt. Bij de invulling van het functioneel daderschap van rechtspersonen, is de Afdeling aangesloten bij de IJzerdraadcriteria voor het functioneel daderschap in het strafrecht (zie ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067, en ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071). Van een functioneel dader (overtreder) kan sprake zijn als de gedraging heeft plaatsgevonden of is verricht in de sfeer van de rechtspersoon, waarvoor van belang is of (niet-cumulatief):

  • een handelen of nalaten van iemand die uit hoofde van een dienstbetrekking of uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
  • de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon;
  • de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of zijn taakuitoefening;
  • de rechtspersoon had er invloed op of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en de gedraging werd gezien de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.

Overweging Afdeling

De Afdeling overweegt dat het college in haar besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom slechts is ingegaan op de stelling dat het blussen van de brand met PFAS-houdend blusschuim dienstig zou zijn geweest aan TenneT’s uitgeoefende bedrijf of in haar taakuitoefening. Het college wijst er in dat kader op dat de brandbestrijding door de brandweer verdere schade aan het hoogspanningsstation en de omgeving hielp te voorkomen. De Afdeling overweegt echter dat door het college niet aannemelijk is gemaakt dat specifiek het gebruik van PFAS-houdend blusschuim voordelen oplevert voor TenneT ten opzichte van het gebruik van bluswater. Van omstandigheid (c) van de IJzerdraadcriteria is dus volgens de Afdeling geen sprake.

De Afdeling komt daarnaast tot de conclusie dat TenneT geen enkele invloed of zeggenschap heeft kunnen hebben op de handelwijze van de brandweer. Pas na het blussen wist TenneT dat (deels) met PFAS-houdend blusschuim is geblust. TenneT kon dan ook niet, aldus de Afdeling, beschikken over het plaatsvinden van het gebruik van PFAS-houdend blusschuim bij het bestrijden van de brand. De Afdeling concludeert verder dat niet valt in te zien dat TenneT het risico op een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming willens en wetens heeft aanvaard.

De Afdeling komt dan ook tot de slotsom dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door de brandweer verrichte bluswerkzaamheden met PFAS-houdend blusschuim hebben plaatsgevonden dan wel zijn verricht in de sfeer van rechtspersoon TenneT. Met andere woorden: TenneT kan niet als functioneel dader (overtreder) van de overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming worden aangemerkt.

Nieuwe invulling overtredersbegrip leidt tot andere uitkomst

In eerdere jurisprudentie heeft de Afdeling aangenomen dat een bedrijf waar brand is ontstaan als overtreder wordt aangemerkt als bij het blussen van die brand schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen, omdat de overtreding aan het bedrijf wordt toegerekend (ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:102). De nieuwe invulling van het overtredersbegrip leidt dus tot een andere uitkomst dan aanvankelijk in de jurisprudentie werd gevolgd. Een gelijke uitkomst is terug te zien in de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2025 over de invordering van schoonmaakkosten na een brand bij een kunststofbedrijf in Marum (ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6374). Ook in die uitspraak komt de Afdeling tot de conclusie dat niet aannemelijk is gemaakt dat het bedrijf waar de brand is ontstaan als overtreder kan worden aangemerkt, met als gevolg dat de door het bevoegd gezag gemaakte schoonmaakkosten niet konden worden verhaald op het bedrijf.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6370.