Ga naar hoofdinhoud
Home Kennis Motivering van ambtenarenkosten bij feitelijk toepassen bestuursdwang

Motivering van ambtenarenkosten bij feitelijk toepassen bestuursdwang

10 augustus 2026
Katrien Winterink
en
Marije van Mannekes

Na het feitelijk uitvoeren van een last onder bestuursdwang is kostenverhaal de logische volgende stap. Uit een recente uitspraak bleek weer eens dat het bestuursorgaan de gemaakte kosten bij kostenverhaal steeds deugdelijk moet motiveren. In de zaak die hier aan de orde was, liet het college dit na door niet inzichtelijk te maken hoe het (flinke) bedrag voor de inzet van ambtenaren was opgebouwd. Omdat het college het motiveringsgebrek herstelde door in hoger beroep alsnog een specificatie over te leggen, konden de ambtenarenkosten toch met succes op de overtreder worden verhaald.

Waar ging de zaak over?

In de plaats Bunde in Limburg bewoont iemand een gemeentelijk monument uit 1880. Hij verwaarloost dit pand zodanig dat het college zich, na herhaalde inspecties en waarschuwingen, genoodzaakt ziet een last onder bestuursdwang op te leggen bestaande uit tien herstelmaatregelen:

(a) het dakschild van het pand zo te (laten) repareren dat er sprake is van een waterdicht en winddicht dak;

(b) de losliggende dakpannen te (doen) verwijderen en vervangen of indien mogelijk weer op hun oorspronkelijke plaats te (laten) bevestigen;

(c) de verkeersroutes in het pand vrij te (laten) maken en te houden van obstakels;

(d) de hoeveelheden opgeslagen goederen in de overige ruimten zo te verminderen dat de vloeren van de verdieping en de zolder niet meer onder spanning staan, de mogelijkheden tot ontvluchting bij brandgevaar worden hersteld en de vuurbelasting in het pand drastisch wordt verminderd;

(e) het pand te (laten) reinigen en te laten ontsmetten vanwege de ter plaatse geconstateerde dierenuitwerpselen;

(f) de grote scheuren bij het raam in de achtergevel van het pand te (laten) repareren;

(g) de losse stenen in de achtergevel van het pand te (laten) verwijderen en vervangen dan wel vast te (laten) zetten;

(h) de afwerking van de gevels aan te (laten) pakken om het indringen van regenwater te voorkomen;

(i) de dakranden/dakgoten te (doen) verwijderen en vervangen door nieuwe dakranden/dakgoten;

(j) alle buitenkozijnen van de ramen in de gevels van het pand te (laten) vervangen door nieuwe houten buitenkozijnen met dezelfde raamindeling en kleurstelling.

Omdat de bewoner geen uitvoering gaf aan de lasten met een begunstigingstermijn van zes weken (a t/m e), heeft het college feitelijk uitvoering gegeven aan de bestuursdwang en een bedrag van ruim € 19.500 aan kosten in rekening gebracht bij de bewoner van het pand.

In beroep vernietigt de rechtbank het bestuursdwangbesluit voor zover het gaat om drie van de tien lasten vanwege onvoldoende motivering van de begunstigingstermijn, en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Daarnaast treedt haar uitspraak in de plaats van het kostenverhaalsbesluit, waarbij de kosten vastgesteld worden op een bedrag van € 7.566,34 euro. Dit omdat de kosten van het plaatsen van een hekwerk niet op de bewoner konden worden verhaald, omdat het hekwerk geen onderdeel vormt van de opgelegde last en de in verband hiermee gemaakte kosten dan dus niet zijn gemaakt in het kader van de uitvoering van de bestuursdwang.

Tegen deze uitspraak heeft de bewoner hoger beroep ingesteld. Hierbij voert hij (onder meer) aan dat de rechtbank tot een verdergaande matiging van de door het college op hem verhaalde kosten van de toegepaste bestuursdwang had moeten overgaan. Met als één van de redenen dat het college niet heeft onderbouwd hoe de kosten voor de inzet van ambtenaren zijn opgebouwd. In hoger beroep ligt onder meer de vraag voor of het college het kostenverhaalsbesluit op dat punt toereikend heeft gemotiveerd.

Hoe oordeelt de Afdeling?

De Afdeling concludeert dat dit niet het geval is; het college heeft ten onrechte geen inzicht geboden in hoe het tot het te verhalen bedrag voor ambtelijke kosten van € 2.816,00 gekomen is. In het kostenverhaalsbesluit is dit bedrag niet gespecificeerd, terwijl de bewoner in zijn zienswijze al had aangegeven dat hij bedenkingen heeft bij deze kosten en niet kan controleren waarom die zo hoog zijn. Het college heeft daarmee onvoldoende duidelijk gemaakt voor welke werkzaamheden gemeentelijke ambtenaren zijn ingezet en welk uurtarief van de ambtenaren hierbij in aanmerking is genomen. Het kostenverhaalsbesluit is dan ook in strijd met artikel 3:46 van de Awb onvoldoende gemotiveerd, aldus de Afdeling.

De Afdeling schorst het onderzoek ter zitting en past een informele bestuurlijke lus toe, waarbij het college de opdracht mee krijgt de kostenverhaalsbeschikking nader te motiveren. Vervolgens maakt het college met inbrenging van de kostenspecificatie afdoende inzichtelijk welke werkzaamheden zijn verricht in verband met de uitvoering van de last, evenals de gehanteerde uurtarieven. Omdat de bewoner deze specificatie niet heeft betwist, heeft de Afdeling het motiveringsgebrek hersteld geacht. De Afdeling ziet verder geen grond voor het oordeel dat het college deze kosten niet bij de bewoner in rekening heeft mogen brengen. Dit brengt met zich dat het terecht voorgedragen betoog over de ambtelijke kosten niet leidt tot een verdergaande matiging van het kostenverhaal. Het te verhalen bedrag blijft daarmee gelijk aan het door de rechtbank vastgestelde bedrag van € 7.566,34.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3352.