Ga naar hoofdinhoud
Home Kennis Elektrisch materieel in het planspoor: mitigerende maatregel of niet?

Elektrisch materieel in het planspoor: mitigerende maatregel of niet?

De gemeente Leeuwarden heeft te maken met een toenemende vraag naar woningen. In verband daarmee wordt een aantal buurtschappen gerealiseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 14 oktober 2026 uitspraak gedaan over het bestemmingsplan voor het laatste buurtschap, Buurtschap De Hem. De procedure is nog niet afgelopen. In de uitspraak draagt de Afdeling de gemeenteraad van Leeuwarden namelijk op om, kort gezegd, de gevolgen van de toekomstige woningbouw op de weidevogels beter in beeld te krijgen en af te wegen. Dit blog gaat echter niet over die overwegingen. Wij belichten een ander, minstens zo interessant onderwerp: de stikstofberekening voor de bouwfase, en in het bijzonder de inzet van elektrisch materieel.

De stikstofberekening

De gemeenteraad mag een bestemmingsplan dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden kan hebben, alleen vaststellen indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat daarmee de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast. Dat volgt uit de nationale implementatie van artikel 6, lid 3, van de Habitatrichtlijn in artikel 2.7, lid 1 en artikel 2.8, lid 1 en 3, van de Wet natuurbescherming (thans artikel 16.53c, lid 1, van de Omgevingswet, in samenhang gelezen met artikel 10.24, lid 1, van het Besluit kwaliteit leefomgeving).

In verband hiermee heeft de gemeenteraad een stikstofberekening uitgevoerd om de effecten van de bouwfase op Natura 2000-gebieden te kunnen beoordelen. In de notitie bij de stikstofberekening is een toelichting gegeven op de ingevoerde gegevens. Voor het bouwrijp maken van de gronden worden twee dieselvoertuigen gebruikt: de graafmachine en de laadschop/shovel. Het overige materieel zal elektrisch zijn. Verder wordt aangenomen dat de woningen gedurende vijf jaar gefaseerd worden gebouwd. Voor de eerste twee jaar van de bouwfase wordt uitgegaan van de volgende dieselwerktuigen: hijskranen, graafmachines, betonstorters en vorkheftrucks. De overige bouwmachines zullen volledig elektrisch zijn. Voor de laatste drie jaar van de bouwfase wordt in de berekening ook uitgegaan van elektrisch uitgevoerde hijskranen, omdat de verwachting is dat er in de loop van de jaren steeds meer elektrische werktuigen beschikbaar zullen zijn.

Uit de stikstofberekening volgt dat de bouwfase geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. In de plantoelichting staat dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden daardoor op voorhand uitgesloten kunnen worden. Met andere woorden: op basis van objectieve gegevens is uitgesloten dat het bestemmingsplan significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kán hebben. Dat heeft tot gevolg dat de gemeenteraad geen passende beoordeling hoeft op te stellen.

Volgens appellanten is onvoldoende onderzoek verricht naar stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofberekening laat inderdaad geen rekenresultaten zien die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr, maar daarbij wordt er onder meer van uitgegaan dat overwegend met elektrisch materieel wordt gewerkt terwijl dit niet is geborgd in het bestemmingsplan. Bovendien is dit een mitigerende maatregel, en die horen thuis in een procedure over een vergunning die wordt verleend op grond van de Wet natuurbescherming, zo stellen appellanten. Appellanten stellen dat bij het bestemmingsplan onderzoek dient te worden gedaan naar de maximaal mogelijke deposities exclusief mitigerende maatregelen.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat in de stikstofberekening ten onrechte het uitgangspunt is genomen dat deels wordt gewerkt met elektrische werktuigen. De Afdeling verwijst naar eerdere rechtspraak waarin zij heeft overwogen dat dat toegestaan is, als het een reëel en aannemelijk uitgangspunt is. Dat betekent dat het gebruik van elektrisch materieel mag worden meegenomen in een stikstofberekening en niet uitsluitend als mitigerende maatregel mag worden betrokken, zo overweegt de Afdeling.

Afsluiting

Uit deze uitspraak van de Afdeling kan in de kern worden afgeleid dat de inzet van elektrisch materieel geen mitigerende maatregel is, mits het uitgangspunt dat wordt gewerkt met elektrische werktuigen reëel en aannemelijk is. De uitspraak is op dit punt niet geheel ondubbelzinnig. Het lijkt ons echter wel een logische conclusie, aangezien de gemeenteraad geen passende beoordeling heeft gemaakt (volgens de Afdeling kennelijk terecht) en de Afdeling niet overwogen heeft dat de inzet van elektrisch materieel planologisch geborgd moet worden (wat bij een mitigerende maatregel wel voor de hand zou liggen). Wat opvalt is dat de Afdeling niet overwogen heeft dat de inzet van elektrisch materieel een inherent standaardonderdeel is van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en dáárom geen mitigerende maatregel is.[1] In het projectspoor (natuurvergunning/omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit) speelt – in de lagere rechtspraak – wel de vraag of elektrisch materieel een standaardonderdeel van het project is. Zo niet, dan is de inzet ervan (volgens sommige uitspraken) een mitigerende maatregel. Daar schreven wij eerder dit blog over. Wij kijken uit naar een uitspraak van de Afdeling waarin zij duidelijkheid kan scheppen over de inzet van elektrisch materieel in het projectspoor, net zoals zij lijkt te hebben gedaan in de uitspraak van 14 oktober 2026.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6087.


[1] In de Pasgeld West-uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat alleen feitelijke kenmerken (met een voor Natura 2000-gebieden mitigerend effect) die kunnen worden gezien als een inherent standaardonderdeel van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, in de voortoets mogen worden betrokken. Zie: ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193, r.o. 12.2.