De zaak in het kort
In de gemeente Harderwijk wordt een bibliotheekgebouw getransformeerd tot een aantal appartementen. Een bedrijf vraagt daarvoor een omgevingsvergunning aan en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (het college) verleent deze. Het bedrijf draagt de eigendom van het bibliotheekgebouw over aan een nieuwe eigenaar. Onderling spreken het bedrijf en de nieuwe eigenaar af dat het bedrijf vergunninghouder blijft en verantwoordelijk is voor de verbouwing van het bibliotheekgebouw.
Het college constateert tijdens een controle een aantal overtredingen. Zo worden de voorschriften over brandveiligheid niet nageleefd. Ook zijn er bouwwerken, zonnepanelen en buitenunits van warmtepompen geplaatst, zonder de daarvoor benodigde vergunning. Er is sprake van overtredingen. Het college verstuurt daarom een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan het bedrijf.
De overtredingen worden echter niet beëindigd. Het college legt de nieuwe eigenaar een last onder dwangsom op om de overtredingen te herstellen. De nieuwe eigenaar stelt dat hij niet kan worden aangeschreven, omdat hij niet de vergunninghouder is. Hij stelt dat privaatrechtelijk overeengekomen is dat het bedrijf vergunninghouder blijft en verantwoordelijk is voor de verbouwing. Daarnaast stelt de nieuwe eigenaar dat het niet in zijn macht ligt om de overtredingen te beëindigen.
Hoe oordeelt de rechtbank?
De rechtbank gaat in de uitspraak in op de uitleg van het begrip ‘vergunninghouder’. Volgens vaste rechtspraak onder het oude recht moet het begrip ‘vergunninghouder’ uit artikel 2.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in ruime zin worden opgevat. Uit die rechtspraak blijkt dat de vergunninghouder degene is die voor de uitvoering van het project verantwoordelijk is. De rechtbank stelt dat uit een vergelijking van artikel 2.25 Wabo en artikel 5.37 Omgevingswet niet is gebleken dat sprake is van een ander regime onder de Omgevingswet.
In dit geval is de rechtbank van oordeel dat de nieuwe eigenaar van het pand verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project en dus als vergunninghouder en ook als overtreder kan worden aangemerkt. De mogelijke gemaakte privaatrechtelijke afspraken tussen de nieuwe eigenaar en het bedrijf over de uitvoering van het project is dat in dit verband niet van belang. Deze privaatrechtelijke afspraken doen volgens de rechtbank niet af aan de bestuursrechtelijke status van de nieuwe eigenaar als vergunninghouder. Het college heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt dat de nieuwe eigenaar het in zijn macht heeft om te voldoen aan de last onder dwangsom. Het beroep van de nieuwe eigenaar is ongegrond en de last onder dwangsom blijft in stand.
Raadpleeg hier de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:259.