Ga naar hoofdinhoud
Home Kennis Specifieke zorgplicht 2.11 Bal: betekenis van het oude recht en wie is de overtreder?

Specifieke zorgplicht 2.11 Bal: betekenis van het oude recht en wie is de overtreder?

14 september 2026
Marije van Mannekes
en
Nina Eijpe

Op grond van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt een specifieke zorgplicht voor degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld de veiligheid, gezondheid en het milieu. Deze specifieke zorgplicht houdt in dat diegene verplicht is om deze nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. In een uitspraak van 21 augustus 2026 gaat de rechtbank Oost-Brabant in op de vraag wie nu precies kan worden aangemerkt als ‘degene die een milieubelastende activiteit verricht’ en dus wie kan worden aangemerkt als overtreder van de specifieke zorgplicht. Verder oordeelt de rechtbank dat als een gedraging onder het oude recht was verboden, dit een aanwijzing vormt dat onder het nieuwe recht sprake is van een evidente schending van de specifieke zorgplicht.

Wat speelde er in deze zaak?

Een agrarisch bedrijf wil zich ontdoen van spuiwater. Spuiwater is een restproduct dat ontstaat wanneer stallucht wordt gezuiverd met een luchtwasser. Het agrarisch bedrijf schakelt twee bedrijven in: één voor het inzamelen en vervoeren van het spuiwater en een tweede voor de opslag van het spuiwater. De ‘winbag’ waarin het spuiwater is opgeslagen raakt lek. Een deel van het spuiwater komt daardoor in de bodem terecht. Het college van burgemeesters en wethouders van Eindhoven legt beide bedrijven een last onder dwangsom op. Primair voor het schenden van de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 Bal en subsidiair voor het schenden van de algemene zorgplicht uit artikel 1.7 van de Omgevingswet (Ow). De last houdt in dat de vervuilde bodem moet worden gesaneerd tot de bepaalde terugsaneerwaarden.

Oordeel van de rechter

Als er voor een activiteit een specifieke zorgplicht bestaat, heeft deze voorrang op de algemene zorgplicht. De algemene zorgplicht in artikel 1.7 Ow heeft, gelet op artikel 1.8 Ow, een vangnetfunctie. De rechtbank gaat daarom na of artikel 2.11 Bal een grondslag biedt voor handhavend optreden. Hierbij wordt nagegaan of de specifieke zorgplicht geldt voor beide eisers, of deze evident en onmiskenbaar is overschreden en of de opgelegde last evenredig is.

Het opslaan van spuiwater in een winbag op een locatie is volgens de rechter terecht aangemerkt als een milieubelastende activiteit in de zin van artikel 3.184 lid 1 Bal. Spuiwater is een afvalstof als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer. Het spuiwater afkomstig van agrarische bedrijven is in bijlage I Bal gedefinieerd als bedrijfsafvalstof, omdat het geen gevaarlijke afvalstof of huishoudelijke afvalstof is. Op grond van artikel 5.1 lid 2 Ow en artikel 3.185 lid 1 Bal geldt er voor het opslaan van het bedrijfsafvalwater een vergunningplicht.

Wie is aan te merken als overtreder?

De rechtbank oordeelt dat de specifieke zorgplicht in dit geval alleen van toepassing is op het bedrijf dat de opslag van de winbags uitvoert en niet op het bedrijf dat de winbags vulde met het spuiwater. Uit artikel 2.10 Bal volgt namelijk dat de specifieke zorgplicht (slechts) rust op degene die de milieubelastende activiteit verricht. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 5.37 Ow volgt dat diegene die (eind)verantwoordelijk is, gehouden is om de specifieke zorgplicht na te leven. De rechtbank verwijst daarbij naar de nota van toelichting bij het Bal, waarin staat beschreven dat het vervullen van een deelactiviteit niet leidt tot een zelfstandige normadressaat, nu op de normadressaat de verplichting rust om deze opdrachtnemers de regels te laten naleven.

Het enkel vullen van de winbag is niet aan te merken als het medeplegen van het overtreden van de specifieke zorgplicht. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking bij het enkel aanvaarden van de opdracht om de winbags te vullen. In de nota van toelichting bij het Bal wordt tot slot aangegeven dat de normadressaat ervoor zorgt dat eventuele werknemers of andere bedrijven die binnen de activiteit in opdracht van de normadressaat deelactiviteiten verrichten, zoals onderhoud van bepaalde installaties, de regels naleven. De verantwoordelijkheid ligt dus bij het opslagbedrijf. Het opslagbedrijf kan als degene die de milieubelastende activiteit uitvoert volgens de rechtbank wel worden aangemerkt als overtreder. Het bedrijf heeft namelijk ervaring met de winbags en is als eigenaar op de hoogte van de geschiktheid en gesteldheid van de winbags. Ook heeft het bedrijf de winbags geplaatst en de opdracht gegeven de winbags met spuiwater te vullen.

Is er een schending van de specifieke zorgplicht?

Volgens het opslagbedrijf is geen sprake van een schending van de zorgplicht, omdat er winbags zijn gebruikt die geschikt zijn voor de opslag van spuiwater. Bovendien heeft het bedrijf gehandeld in opdracht van het agrarisch bedrijf dat aanwijzingen heeft gegeven bij het plaatsen van de winbags en zijn er direct maatregelen getroffen na de ontdekking van de lekkage. Het college is het daar niet mee eens en stelt dat het opslagbedrijf het risico op lekkage en weglopen van een grote hoeveelheid spuiwater op de betreffende locatie heeft aanvaard. Zij had beter toezicht op de winbag kunnen en moeten houden en de grond zo snel mogelijk moeten afgraven en afvoeren.

De rechtbank oordeelt dat bij het bepalen van de omvang en de invulling van de specifieke zorgplicht betekenis toekomt aan de algemene regels over vergelijkbare verplichtingen in het huidige recht en de verplichtingen op basis van wetten en regels in het oude (voor 1 januari 2024 geldende) recht. Uit de wetsgeschiedenis van de Ow kan namelijk niet worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd het niveau van de bescherming van het milieu te verlagen. Als een gedraging onder het oude recht was verboden, is dat een aanwijzing dat deze gedraging onder het nieuwe recht een evidente schending van de specifieke zorgplicht kan opleveren en de betrokkene dit redelijkerwijs kan weten.

De rechtbank oordeelt hier dat de specifieke zorgplicht in dit geval verplicht tot het opslaan van spuiwater in een lekdichte voorziening op een goede ondergrond, het regelmatig controleren van deze voorziening en het zo snel mogelijk opruimen van de verontreiniging bij lekkage om ernstige bodemverontreiniging te voorkomen.

De rechtbank leidt dit af uit de invulling van de zorgplicht op basis van het (oude) artikel 13 van de Wet bodembescherming (Wbb) en de wetsgeschiedenis ten aanzien van de opslag van spuiwater. Daaruit volgt dat wanneer bodembedreigende stoffen zoals mest, snel worden opgeruimd (ook al levert het niet direct een significant bodemverontreinigingsrisico op), het ontstaan van ernstige bodemverontreiniging kan worden voorkomen. Daarbij geldt dat als een gedraging onder het oude recht was verboden, dat een aanwijzing is dat deze gedraging onder het nieuwe recht een evidente schending van de specifieke zorgplicht kan opleveren en de betrokkene dit redelijkerwijs kan weten.

De rechtbank concludeert – kort samengevat - dat het opslagbedrijf de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal heeft overtreden, omdat:

  • het gebruik van een winbag voor andere doeleinden dan de opslag van drijfmest, digestaat of dunne fractie voor risico komt van de eigenaar van de winbag;
  • de vermoedelijke oorzaak van de lekkage – bouwpuin uit de drassige grond waar de winbags waren opgeslagen – voor risico van het opslagbedrijf komt;
  • dat het opslagbedrijf de winbags op aanwijzingen van het agrarisch bedrijf heeft geplaatst maakt dit niet anders, omdat het opslagbedrijf meer ervaring zal hebben;
  • er was geen sprake van regelmatige controles, gezien de omvang van de geconstateerde lekkage;

  • de genomen maatregelen na het constateren van de lekkage waren onvoldoende, gelet op de eigenschappen van de stoffen in het spuiwater.

Tot slot

De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant laat zien dat het beschermingsniveau onder de Omgevingswet niet naar beneden is gebracht. Een verbod op een gedraging onder het oude recht vormt dus een aanwijzing dat dezelfde gedraging onder de Omgevingswet een evidente schending van de specifieke zorgplicht oplevert.

Ook is het van belang goed na te gaan wie precies de overtreder is. Dat is degene die de milieubelastende activiteit verricht en (eind)verantwoordelijk is.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5990.