Ga naar hoofdinhoud
Home Kennis Omwonenden geen belanghebbenden: risico op verspreiding verontreinigd water niet aannemelijk

Omwonenden geen belanghebbenden: risico op verspreiding verontreinigd water niet aannemelijk

26 oktober 2026
Katrien Winterink
en
Nadiah Amoah

In het bestuursrecht kunnen alleen belanghebbenden in bezwaar of beroep opkomen tegen een besluit van een bestuursorgaan (artikel 8:1 Awb). Uit artikel 1:2 lid 1 Awb volgt dat een belanghebbende iemand is met een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit. Binnen het omgevingsrecht zijn belanghebbenden in beginsel alle personen die ‘rechtstreeks feitelijke gevolgen’ ondervinden van een activiteit die door een omgevingsrechtelijk besluit wordt toegestaan. Als correctie op dat uitgangspunt is aangenomen dat het wel dient te gaan om ‘gevolgen van enige betekenis’. In een uitspraak van 14 oktober 2026 beoordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of omwonenden belanghebbenden zijn bij een omgevingsvergunning voor een tijdelijk waterbassin waarin verontreinigd water wordt opgeslagen.

Wat speelde er in deze zaak?

The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) heeft in het kader van uitbreidingsplannen aan een grondbedrijf de opdracht verstrekt om een geluidwal op haar percelen (langs de A15) aan te laten leggen, inclusief een ophoging van 150 meter breed. Bij de ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn grijze steenachtige korrels die – ten tijde van de werkzaamheden – als restproduct van de staalproductie onder voorwaarden als bouwstof mochten worden toegepast. De staalslakken zijn in dit geval echter onjuist toegepast waardoor de bodem en het grondwater verontreinigd is geraakt. De Dutch moet daarom maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen.

Het nemen van deze maatregelen kost tijd. Daarom heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West-Betuwe (het college) bij besluit van 22 december 2022 voor de duur van zes jaar een waterbassin met een inhoud van 15.000 m³ vergund. Het waterbassin heeft tot doel om verontreinigd (hemel)water dat in contact is geweest met de staalslakken op te slaan zodat het vervolgens kan worden gezuiverd.

Omwonenden zijn tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Zij stellen gevolgen van enige betekenis door het besluit te ondervinden, omdat hun percelen grenzen aan de percelen waarop de staalslakken zich bevinden. Volgens de omwonenden worden zij blootgesteld aan onaanvaardbare risico’s aan hunzelf, hun dieren en het milieu. Als het waterbassin gaat lekken, zal het verontreinigd water in de bodem terecht komen en zal het zich via oppervlakte- en grondwater verspreiden naar hun percelen, aldus de omwonenden.

Het college heeft het bezwaar van de omwonenden niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbenden zijn. Het college stelt zich op het standpunt dat de omwonenden geen gevolgen ondervinden van het waterbassin. De omwonenden wonen er niet vlakbij (900 meter van het waterbassin), hebben er geen zicht op en ondervinden ook geen gevolgen van het waterbassin, aldus het college. De omwonenden gaan bij de rechtbank in beroep tegen deze beslissing op bezwaar.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de omwonenden zo ver van het waterbassin vandaan wonen, dat niet wordt voldaan aan het afstands- en zichtcriterium op grond waarvan zij belanghebbenden zouden kunnen zijn. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat omwonenden geen rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de vergunning. De vergunning geeft toestemming voor het gebruik van het waterbassin, niet voor verontreiniging van het grondwater. Dat er door de aanleg en het gebruik van het waterbassin verontreiniging van het grondwater zou optreden, is volgens de rechtbank niet aannemelijk geworden. Niet alleen bevindt het waterbassin zich op een plaats waar gasvorming onder het bassin wordt voorkomen waardoor lekkages niet worden verwacht, ook ligt het waterbassin in een kwelgebied (opwaartse stroming). In het onverhoopte geval dat toch een lekkage zou optreden, zou het grondwater zich niet verspreiden richting de percelen van eisers, aldus de rechtbank. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers geen rechtstreekse feitelijke gevolgen ondervinden van de vergunning en verklaart het beroep van de omwonenden daarom ongegrond. De omwonenden gaan tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling overweegt allereerst dat zonder gevolgen van enige betekenis iemand geen persoonlijk belang bij een besluit heeft. Iemand onderscheidt zich in dat geval onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. De Afdeling bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

De omwonenden stellen dat zij rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de tijdelijke vergunning voor het waterbassin. Ondanks dat is gesteld dat onder het nieuwe waterbassin geen gasvorming zal optreden, is volgens omwonenden onzeker dat zich ook geen andere risico’s kunnen voordoen. Er blijft volgens omwonenden een risico op verspreiding van schadelijke stoffen naar de omgeving via het grondwater.

De Afdeling gaat hier niet in mee. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de omwonenden geen rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervinden van de vergunning. Hierbij weegt de Afdeling mee dat:

  • de afstand tussen het waterbassin en de percelen en woning van de omwonenden aanzienlijk is;
  • het waterbassin in een kwelgebied ligt, en;
  • rondom het bassin een ringsloot is gegraven.

Hierdoor is het volgens de Afdeling niet aannemelijk dat vervuild grondwater de percelen van omwonenden zal bereiken als het waterbassin zou lekken. Het risico op vervuiling van grondwater op de percelen van de omwonenden is daarmee volgens de Afdeling zodanig klein dat zij geen belanghebbenden zijn.

Belang voor de praktijk

De uitspraak van de Afdeling laat zien dat een enkel vermoeden of de enkele vrees dat men mogelijk gevolgen kan ondervinden van een besluit van een bestuursorgaan, niet tot belanghebbendheid leidt. Het is aan de persoon die bezwaar maakt of beroep aantekent, om voldoende aannemelijk te maken dat er gevolgen van enige betekenis kunnen optreden door een omgevingsrechtelijk besluit.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6069.