Crisiswet netcongestie en Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten
In het Coalitieakkoord 2026-2030 is een Crisiswet netcongestie aangekondigd.[1] De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei geeft hier invulling aan met het Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten. Hierbij wordt wet- en regelgeving in tranches aangepast om de realisatie van energieprojecten te stroomlijnen en te versnellen. Door wet- en regelgeving in meerdere tranches aan te passen, beoogt de staatssecretaris te voorkomen dat snel op te pakken maatregelen moeten wachten op maatregelen die meer uitwerkingstijd vergen.
Uit een recente kamerbrief blijkt dat de maatregelen binnen het Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten onder meer zullen zijn gericht op de verbetering van wet- en regelgeving om procedures te versnellen, grondbeleid effectiever in te zetten, het vrijmaken van ruimte voor energie-infrastructuurprojecten en de betere benutting van het bestaande net.[2] Bovendien worden deze aanpassingen, waar mogelijk, zo vormgegeven dat ook projecten op midden- en laagspanning en andere energiemodaliteiten (waterstof, warmte en CCS) hiervan profiteren. Dit maakt volgens de staatssecretaris dat projecten die noodzakelijk zijn voor het verminderen van netcongestie zo snel mogelijk kunnen worden gerealiseerd.
De eerste tranche maatregelen, het eerder genoemde wetsvoorstel Wijzigingswet Energieprojecten, is in april in consultatie gebracht als onderdeel van de jaarlijkse Vereenvoudigingswet die het kabinet in het Coalitieakkoord heeft aangekondigd.[3]
Wat houdt het wetsvoorstel in?
In het kort, voegt het wetsvoorstel Wijzigingswet Energieprojecten aan de Omgevingswet een bepaling toe die de Minister van Klimaat en Groene Groei en provincies de bevoegdheid geeft om leges te heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een projectbesluit voor energie-infrastructuurprojecten.[4] In plaats van het betalen van die leges kan de aanvrager de kosten ook betalen op grond van een door hem met de overheid te sluiten overeenkomst. Dit voorstel codificeert de huidige praktijk. Verder bevat dit wetsvoorstel juridisch-technische wijzigingen van de Energiewet, Mijnbouwwet en Wet windenergie op zee.
Artikel 13.1b (bijzondere bepalingen heffen van rechten energie-infrastructuurprojecten)
Het wetvoorstel voegt (onder meer) een nieuw artikel 13.1b toe aan de Omgevingswet. Artikel 13.1b lid 1 Omgevingswet regelt dat de Minister van Klimaat en Groene Groei of een provincie rechten kan heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een projectbesluit of wijziging van een projectbesluit, met inbegrip van het daarvoor benodigde onderzoek, voor bij ministeriële regeling aangewezen categorieën energie-infrastructuurprojecten, (onder a) en de coördinatie van de besluiten ter uitvoering van het projectbesluit of de wijziging daarvan, als afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van die besluiten (onder b). Het tweede lid geeft het Rijk en provincies de mogelijkheid om ter dekking van de kosten een overeenkomst aan te gaan met de aanvrager van het projectbesluit. Het heffen van leges is dan niet meer mogelijk (derde lid). In het vierde lid is voorzien in een grondslag voor het stellen van regels bij ministeriële regeling (de Omgevingsregeling). Onderdeel a bepaalt dat de tarieven worden vastgesteld voor de te heffen leges. Daarbij zal worden uitgegaan van forfaitaire bedragen, naargelang van de complexiteit van het energie-infrastructuurproject, met inbegrip van de verwachte kosten voor het benodigde onderzoek en advies. In onderdeel b is bepaald dat nadere regels zullen worden gesteld over hoe de leges worden geheven. Het vijfde lid verklaart 13.1, derde lid, Ow van toepassing. Die bepaling regelt dat de tarieven zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde kosten.
Het begrip energie-infrastructuur is in de bijlage bij de Omgevingswet omschreven als ‘werken, kabels of leidingen, waaronder lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor opwekking of winning, transport en opslag van elektriciteit, respectievelijk stoffen als energiedrager’. De wetgever geeft aan dat energie-infrastructuur een deelverzameling is van het bredere begrip infrastructuur.
Waartoe dient deze nieuwe bevoegdheid om leges te heffen?
In de toelichting op het wetsvoorstel wordt duidelijk gemaakt dat voor de energietransitie hard wordt gewerkt aan het realiseren van nieuwe energie-infrastructuur om netcongestie op te lossen, en aan een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem dat randvoorwaardelijk is voor een verdere verduurzaming van de samenleving. Dit betreft onder meer de aanleg van hoogspanningsverbindingen en -stations en de aanleg van buisleidingen voor transport van waterstof of CO2. Initiatiefnemers van deze projecten zijn overwegend de transmissiesysteembeheerders, maar ook andere partijen zijn in toenemende mate actief in de realisatie van energie-infrastructuur. Het aantal energie-infrastructuurprojecten bij het Rijk en provincies neemt toe, en de projecten worden complexer, terwijl ook een versnelling in de aanleg van energie-infrastructuur maatschappelijk urgent en noodzakelijk is. Hierdoor neemt de benodigde ambtelijke inzet toe.
Op grond van de bestaande artikelen 13.1 en 13.1a Ow kunnen het Rijk en decentrale overheden al ter dekking van de kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een besluit rechten heffen van de aanvrager. In artikel 14.2 van de Omgevingsregeling, waarin de besluiten staan opgesomd waarvoor rijksleges worden geheven, ontbreekt echter het projectbesluit.[5] De wetgever licht toe dat deze keuze destijds is gemaakt vanwege de gedachte dat de toets bij projectbesluiten in overheersende mate een algemeen belang dient. Voor energie-infrastructuur is die veronderstelling echter onjuist, blijkt uit de toelichting bij het wetsvoorstel. Ten eerste worden die projectprocedures gestart op aanvraag. Dat is een verschil met veel andere projectbesluiten, zoals voor wegen, spoorwegen, vaarwegen en waterkeringen. Ten tweede zijn die aanvragers in toenemende mate marktpartijen. Om deze redenen acht de regering het heffen van leges voor projectbesluiten voor (bepaalde) energie-infrastructuurprojecten redelijk – met het voorgestelde artikel 13.1b – en acht zij het niet redelijk om de betrokken kosten te financieren uit de algemene middelen.
De categorieën energie-infrastructuurprojecten waarvoor het heffen van leges door de Minister van Klimaat en Groene Groei en de provincies mogelijk is zullen in de Omgevingsregeling worden aangewezen. Het zal daarbij volgens de wetgever in ieder geval gaan om (een aantal van) de energie-infrastructuurprojecten die genoemd staan in de artikelen 6.1 en 6.2 van de Energiewet en artikel 141a van de Mijnbouwwet, en om projectbesluiten voor andere energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang of provinciaal belang die op grond van artikel 5.44 van de Omgevingswet worden genomen. De wetgever maakt expliciet dat het belangrijk is dat voor de aanvrager van het projectbesluit vooraf duidelijk is wat de hoogte is van de tarieven. In de Omgevingsregeling worden de tarieven vastgesteld.
De kosten voor de afhandeling van een aanvraag voor een projectbesluit voor een energie-infrastructuurproject worden nu al – dus ook zonder deze wetswijziging – aan de aanvrager doorberekend. Hiervoor sluit de Minister van Klimaat en Groene Groei overeenkomsten met de aanvragers. Een aantal provincies berekent op een vergelijkbare wijze hun kosten voor bepaalde energie-infrastructuurprojecten door aan de aanvrager. Met de mogelijkheid om in plaats van leges de kosten te voldoen via een privaatrechtelijke overeenkomst is beoogd om de huidige praktijk te continueren.
Wanneer is de beoogde inwerkingtreding?
Uit de toelichting blijkt dat vanwege de urgentie die de voorgestelde vereenvoudigingsvoorstellen hebben, wordt gestreefd naar inwerkingtreding per 1 januari 2027. De voorgestelde wijziging van de Omgevingswet (nieuw artikel 13.1b, bijzondere bepalingen heffen van rechten bij energie-infrastructuurprojecten) treedt in werking tegelijkertijd met de wijziging van de Omgevingsregeling waarin toepassing is gegeven aan artikel 13.1b (aanwijzing van categorieën energie-infrastructuurprojecten, vaststelling van de tarieven en nadere regels over de wijze waarop de rechten worden geheven). Daarom voorziet artikel V in inwerkingtreding op bij koninklijk besluit te bepalen tijdstippen, die verschillend kunnen zijn voor de onderdelen van het wetsvoorstel.
Hoe nu verder?
Dit in consultatie gebrachte wetsvoorstel moet nadrukkelijk worden gezien als de eerste tranche in een breder wetgevingspakket dat de komende periode wordt uitgerold. De staatssecretaris geeft in zijn brief van 2 april 2026 aan dat hij met de Eerste en Tweede Kamer graag samenwerkt aan een snelle behandeling van deze en volgende wetsvoorstellen, gezien de urgentie van de netcongestieproblematiek.[6] Wij houden u graag op de hoogte van toekomstige tranches.
[1] “Het aanpakken van de netcongestieproblemen heeft onze hoogste prioriteit. We pakken de meest urgente projecten als eerste aan. De beschikbare netcapaciteit moet ook beter benut worden, door o.a. prikkels in de nettarieven, flexcontracten en energiehubs. Naast de lopende aanpakken en het wetgevingsprogramma “sneller uitbreiden elektriciteitsnet” maken we een Crisiswet Netcongestie, we versnellen daarmee de procedures voor vergunningen en grijpen in als de bouw/aanleg stagneert”, Coalitieakkoord 2026-2030, p. 24
[2] Kamerbrief over Voortgang aanpak Netcongestie, 2 april 2026, https://open.overheid.nl/documenten/a4654173-c559-469c-ad53-c03058c569c7/file.
[3] Coalitieakkoord, p. 29; Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 36848, nr. 31.
[4] Wijzigingswetsvoorstel leges projectbesluit, Overheid.nl | Consultatie Wijzigingswet energieprojecten
[5] Het voorgestelde artikel 13.1b Ow heeft voor door provincies op aanvraag te nemen projectbesluiten dezelfde functie als artikel 13.1a Ow, en heeft daarnaast zoals besproken voor (het Rijk en) de provincies de functie om de aanvrager de mogelijkheid te bieden om, in plaats van het betalen van leges, de kosten te betalen op grond van een overeenkomst.
[6] Stroomnet Utrecht nu echt vol, helemaal geen nieuwe of zwaardere aansluitingen meer ; Tijdelijke aansluitstop voor elektriciteitsaansluitingen in de provincie Utrecht | provincie Utrecht.