Op het eerste oog natuurlijk een dappere stunt en bovendien mediageniek. Het appelleert aan een breed gedeelde overtuiging dat de haperende uitvoering van de ‘hersteloperatie toeslagen’ het gevolg is van een falende overheid zonder oog voor de menselijke maat. Het beslag op die beeldvorming was meteen ook gelegd in de media.
Moet je een dergelijke zaak nu als landsadvocaat in ‘gemoede rechtvaardig achten’? Moet je een dergelijke zaak aannemen? Natuurlijk doe je dan eerst navraag en voer je daarover het kritische gesprek met je cliënt. Al snel bleek dat de zaak toch echt anders zit. Dat verraste eigenlijk ook niet. Omdat je ook weet dat de Staat echt niet zomaar aanklopt om een dergelijk geschil met inzet van ons kantoor in rechte te verdedigen. De Staat wordt gevormd door
bewindspersonen en ambtenaren, door mensen dus, die met betrokkenheid hun werk doen. Wat niet weg neemt dat ook zij wel eens een verkeerde afweging maken. Mijn kantoorgenoten en ik zijn bij een nieuwe kwestie daarom net zo goed, juist in het algemeen belang, eerst kritisch. Dat past ook bij onze advocatuurlijke kernwaarden van partijdigheid en onafhankelijkheid.
Uiteindelijk blijkt er in deze zaak sprake te zijn geweest van misbruik van bevoegdheid door de toeslagenouder. Zij probeerde door het beslag op het kunstwerk ten onrechte bij de Staat dwangsommen te innen. De rechter oordeelde dan ook dat het beslag per direct moest worden opgeheven. Eind goed al goed? Ik blijf toch met een onbestemd gevoel achter. Is de betekenis van deze zaak – met alle heisa en bombarie - dan alleen dat het beslag op het
beeld ten onrechte is gelegd? Wat mij betreft is deze zaak om andere redenen wel degelijk exemplarisch.
Als de Staat met goede redenen grenzen stelt in het algemeen belang, dan moet die grens in rechte verdedigd kunnen worden door een advocaat. Ook in weerwil van de dan heersende publieke opinie. Ook als het niet om een bedrijf gaat, maar zoals in dit bijzondere geval om een burger die het opneemt tegen de machtige overheid. Juist omdat advocatuurlijke bijstand aan de Staat de rechter de kans heeft de beslissing van de Staat te toetsen.
Deze zaak heeft voor mij verder opnieuw bevestigd dat grote maatschappelijke aandacht voor een kwestie gebaat is bij onafhankelijke rechtspraak, ook vanwege de openbaarheid daarvan. Of de Staat nu in het gelijk wordt gesteld of niet: een maatschappelijke rechtszaak, en de toelichting daarop, is een kans om duidelijkheid te krijgen over de feiten en de daarbij botsende belangen. Mogelijk ontstaan daaruit nieuwe inzichten voor oplossingen rond, in dit geval, de toeslagenproblematiek. Het is in ieder geval de kans op een gedeeld beeld.
REIMER VELDHUIS