Ga naar hoofdinhoud
Home Actueel Nieuws Rinus Otte “Ruimere bevoegdheid voor uitvoerders van vonnissen”

Rinus Otte: “Ruimere bevoegdheid voor uitvoerders van vonnissen”

8 januari 2026

Met zijn inzet op vereenvoudiging bij het Openbaar Ministerie (OM) lijkt het alsof Rinus Otte het maatwerk in het ‘rechtsbedrijf’ naar de strafbank verwijst. Maar in dit interview versterkt hij zijn pleidooi met de oproep om de uitvoerders van vonnissen meer wettelijke ruimte voor dat maatwerk te bieden.

Meer eenvoud, zoals vaker werken met strafbeschikkingen en minder feiten op de tenlastelegging, waarom is dat nu ook weer nodig?

“Als OM moeten we ons concentreren op onze kerntaak: gezag over de opsporing uitoefenen en onze vervolgingstaak. We hebben ons werk te complex gemaakt en zijn in bepaalde opzichten te ver van onze juridische wortels weggedreven. Je kunt daardoor minder doen met dezelfde capaciteit. Er zijn grote achterstanden in de rechtshandhaving. Nog altijd wordt te veel zware criminaliteit niet vervolgd. Als zaken al worden opgepakt door ons, dan zit er te veel tijd tussen de daad zelf, de negatieve gevolgen voor de samenleving en het vervolgen en bestraffen ervan. Dit alles ondermijnt de rechtsstaat.”

In de moestuin van de samenleving woekert altijd criminaliteit


Omdat te lang wachten, een te lange doorlooptijd, ook onrechtvaardigheid is?

Absoluut. Voor alle betrokkenen in het strafproces. Als samenleving hebben wij de afspraak dat burgers geen eigenrichting plegen. Zo wordt de ruimte voor noodweer door de rechter in Nederland meer beperkt dan in de VS of het VK. Als OM hebben we daarin een belangrijke taak. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat we niet te weinig vervolgen of niet te lang te doen over een zaak. Want als we het draagvlak voor het privilege van rechtshandhaving verliezen, dan gaat het mis. Dan denken mensen: we pakken ze zelf wel aan. Het is een erosie van het overheidsgezag.”
 

Sinds juni 2023 als voorzitter en dit jaar een decennium als lid van het College. Hoe vordert de vereenvoudiging?

“Mijn insteek is dat wij allen permanent onderweg zijn. In de moestuin van de samenleving woekert altijd criminaliteit en die zal nooit verdwijnen. Het is zevenblad dat overigens per tijdvak van kleur verschiet, net als criminaliteit: zoals de verschuiving van fysieke vermogenscriminaliteit naar online criminaliteit. Gestaag, met enkele procenten per jaar, dus echt niet heel grote aantallen, zetten we een beweging in die de goede kant op gaat.” 
 

Het onkruid van de complexiteit is minstens zo hardnekkig als de criminaliteit?

“De enorme gerichtheid op individualistische detaillering per zaak en verdachte werkt tegen ons. En daarnaast, oh wee als iemand zich toch achtergesteld voelt in dit land. We stapelen vervolgens amendement op amendement, uitzondering op uitzondering. Maar in weerwil daarvan zetten we als OM juist stappen naar vereenvoudiging.”
  

Kunt u wat voorbeelden geven?

“Een klein voorbeeld: in overleggen in het gemeentelijke veiligheidshuis, dus onder anderen gemeente, politie en OM, zijn wij terughoudender geworden. Het OM participeert inhoudelijk minder. Alleen als er een duidelijk strafrechtelijk haakje is, vervullen wij een actievere rol. Onze hoofdofficieren en alle betrokken collega’s richten zich meer op de kerntaken van het OM. We stellen ons daarmee meer magistratelijk op. Een belangrijker voorbeeld is ons besluit om de tachtig verschillende sepotgronden terug te brengen naar vijf. Dat is een enorme vereenvoudiging van sepotbrieven en dus ook van besluitvorming. Voor die veranderingen zullen we samenwerken met andere organisaties, de ICT moet worden aangepast en het vergt natuurlijk nog nadere uitwerking. Maar dat gaat wel gebeuren.”

Regel in de wet discre­tionaire bevoegd­ heid CJIB, reclasse­ ring, DJI


Het sepotbesluit wordt een meer grofmazige afweging en de motivering meer algemeen. Minder maatwerk voor slachtoffers dus?

“Laat ik me preciezer uitdrukken. Uit sommige commentaren op bijvoorbeeld mijn boek of onze plannen voor het OM maak ik op dat mensen soms lijken te denken dat ik tegen maatwerk zou zijn. Dat is niet het geval. Wel ben ik tegen de manier waarop we dat maatwerk nu organiseren. Neem alleen al het bepalen van de strafmaat. Elk vonnis begint er onder meer mee dat er rekening wordt gehouden met de persoon van de verdachte. Maar hoe daarmee rekening wordt gehouden is bepaald arbitrair. En verder, hoe moet je ooit het causale verband tussen de persoonlijke omstandigheden en de strafmaat redengevend vaststellen? Of bijvoorbeeld het meewegen van een geschokte rechtsorde?

Als de parameters in de straftoemeting zo fluïde zijn en daar zo wisselend gewicht aan wordt toegekend, ligt rechtsongelijkheid op de loer. Het is in theoretisch, menselijk en rechtsfilosofisch opzicht het creëren van een ingebakken teleurstelling. Het is zeer de vraag of bijvoorbeeld na een paar jaar gevangenisstraf, het beoogde doel is bereikt. Wij niet, de rechter niet, niemand kan zo ver vooruitkijken en bijvoorbeeld de recidive inschatten en de ontwikkeling van de persoon van de verdachte na een jarenlang verblijf in de gevangenis.”


Hoe komt het OM dan tegemoet aan bijvoorbeeld het doel van recidive voorkomen met een passende strafeis?

“In zijn algemeenheid draagt strafrechtelijke vervolging door het OM bij aan veiligheid omdat het strafrecht ook als doel heeft om af te schrikken. Maar je moet dat hogere doel niet vermengen met de werkzaamheden die nodig zijn om de taak van strafvervolging goed uit te oefenen. Regel in de wet bijvoorbeeld voor executieve organen, zoals het CJIB, de reclassering of DJI de discretionaire bevoegdheid om binnen het kader van het vonnis maatwerk te leveren, om te bepalen of iemand de straf volledig moet uitzitten of de opgelegde geldboete wel volledig hoeft te worden betaald.”
 

Verlegt u daarmee niet alsnog het probleem van maatwerk naar de uitvoering, met alle risico’s op willekeur?

“Het is zeker belangrijk dat te bewaken, maar de huidige situatie is in ieder geval geen oplossing. Je moet ook niet proberen met regels tegemoet te komen aan alle uitzonderingen want dan loopt het ook vast. Ik denk dat ‘Groningen’ en ‘Herstel toeslagen’ dat wel voldoende bewijzen. Tegelijk is er wel maatwerk mogelijk en soms heel belangrijk. De uitvoeringsdiensten kunnen in de praktijk vaak scherper zien wat nodig is. Geef hen dan wel het vertrouwen en de discretionaire ruimte om dit goed in te vullen. Dat vergt ook vertrouwen van de samenleving, die deze ruimte soms heel moeilijk zal vinden. Het parlement is er voor om die uitvoering globaal te controleren en algemene regels stellen, maar niet door de uitvoering minder ruimte te bieden. De toenmalige regering wilde juist de uitvoering meer ruimte geven voor maatwerk als reactie op het parlementair onderzoek naar de kindertoeslagaffaire.”
 

U vraagt veel extra vertrouwen van de samenleving?

“Ten dele, want het strafrecht is als Sisyphus die steeds weer een rotsblok een berg omhoog duwt dat daarna weer naar beneden rolt. We moeten ons dus vooral realiseren dat het strafrecht niks oplost aan maatschappelijke problemen. De ambities van juristen, de hoop van burgerij en de hoop van de overheid is daarbij net zo goed het zevenblad. Als we tot een strafrecht willen komen dat meer draagvlak oplevert en niet disproportioneel wordt, zullen we dus ook de illusiepolitiek aan verwachtingen van het strafrecht moeten bestrijden. Strafrecht is er vooral om de samenleving niet te laten verslechteren, niet om maatschappelijke problemen op te lossen. Als je dat niet accepteert, leidt het alleen maar verder tot erosie van het overheidsgezag. Maar ik zie mezelf ook als een realist, in het huidige tijdvak zullen de verwachtingen van het strafrecht niet snel temperen.”
 

Het OM voert de wet uit en de landsadvocaat ondersteunt daarin. Is uw pleidooi van eenvoud én maatwerk ook op ons werk van toepassing?

“De landsadvocaat behoort tot de top van de advocatuur en wij hebben de landsadvocaat heel hard nodig, ook voor de toekomst. Hij is een steunpilaar. Schrijf dat maar op. Bijvoorbeeld bij de afhandeling van vorderingen en claims tegen het OM of bij het opeisen van tegoeden bij criminelen. Maar ook daar vinden wij dat de pogingen die de landsadvocaat namens het OM onderneemt om tot een schikking te komen wel eens doorschiet. Het mag dus ook daar allemaal eenvoudiger. Daarin hebben wij natuurlijk ook een taak. Eruit komen door te schikken hoeft niet altijd het einddoel zijn. In tegendeel, het kan soms beter zijn om de rechter te laten beslissen. Daar is de rechtsvorming ook mee gediend. Het vergroten van de slagkracht, naast het voeren van het debat in het openbaar discours van een zittingzaal is ook veel waard.”

Pogingen tot schikken door lands­advocaat schiet wel eens door


Het klinkt niet meteen eenvoudiger om het eerder aan te laten komen op een rechtszaak. Er is toch het risico van slepende procedures?

“Het proces om te schikken kost net zo goed veel tijd en overleg. Bovendien, met een rechterlijke uitspraak kunnen we soms juist in andere situaties weer makkelijk verder omdat het meer duidelijkheid geeft in voorkomende gevallen. Een rechterlijke uitspraak kan veel bijdragen aan de landelijke rechtsvorming, ook in de zaken waarin het OM in het ongelijk gesteld wordt.

We hebben bijvoorbeeld met hulp van de landsadvocaat over de rechten van slachtoffers tot aan de Hoge Raad geprocedeerd. De uitkomst daarvan is dat de positie van het slachtoffer enerzijds is verruimd en tegelijk is begrensd. Er is meer ruimte voor spreekrecht, maar de Hoge Raad bevestigt tegelijk dat het OM beslist over het al dan niet instellen van hoger beroep in een strafzaak. Het slachtoffer heeft daar geen inspraak in. Misschien is dat geen prettige boodschap, maar het maakt ons in alle procedures wel net iets slagvaardiger, iets waar alle slachtoffers wat aan hebben.

Een mooi voorbeeld is ook de zaak van het terugvorderen van het geld van een pseudokoop voor schilderijen van het Frans Hals Museum. De schilderijen zijn terug en het geld dat was ingezet om via een heimelijke operatie de schilderijen terug te halen, moeten de daders terugbetalen. Simpel.”
 

Na de inzet op meer strafbeschikkingen, eenvoudiger tenlasteleggingen, minder schikken in civiele zaken en vereenvoudiging van sepotbesluiten, staat er nog meer op de rol?

“Allereerst kost het effectueren van al deze maatregelen echt nog veel tijd. Daarnaast zijn we bezig met het herijken van ons opportuniteitskader: welke misdaad geven we prioriteit in de aanpak? Dat is een van de lastiger thema’s om vereenvoudiging in aan te brengen. Wat we nu zien is dat in een stad als Rotterdam het aantal woninginbraken met 20 procent daalt. Dat is mooi, maar de criminaliteit is op zichzelf niet minder geworden, die manifesteert zich nu bijvoorbeeld meer online. We vervolgen nu te weinig cybercriminelen en dus willen we daar voortaan meer op inzetten. Het maken van die keuze was niet eenvoudig, de omschakeling naar deze nieuwe prioriteit zal dat evenmin zijn. Maar het moet wel. Dat is wel een worsteling geweest.”
 

U stelde in dit interview een paar keer uzelf een vraag. Welke miste nog?

“Is de troost van gebrekkig strafrecht ook toepasbaar op ons College van procureurs-generaal? Ja, want wat wij doen heeft ook gebrekkige uitkomsten. Het kost dus vooral tijd, je moet onze inspanningen zien in de grote mars van de geschiedenis. Het troostende is dat er een beweging op gang komt van vereenvoudiging zodat we meer aangiftes kunnen afdoen en daders kunnen vervolgen bij een gelijkblijvende capaciteit. Zo lang we in de moestuin van de samenleving maar accepteren dat misdaad steeds terugkomt en wij als OM steeds weer naar onze wortels terug moeten gaan om bij de tijd te blijven.”

Rinus Otte, voorzitter College procureurs-generaal Openbaar Ministerie

Geboren in 1961, combineerde Rinus Otte sinds de jaren negentig een loopbaan van wetenschapper eerst met een rol binnen de rechtspraak als rechter, raadsheer en vice-president bij rechtbank en gerechtshoven. Sinds 1 maart 2016 is hij lid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) en sinds 1 juni 2023 als voorzitter. Hij schreef meerdere boeken, waarvan de laatste de titel draagt ‘De troost van gebrekkig strafrecht’.

Vond je dit interview leuk?

Dit interview verscheen eerder in Pels Rijcken Magazine. Abonneer je en ontvang Pels Rijcken Magazine als eerste in jouw mailbox.

Jaargang 3 | Nummer 7 | Januari 2026

Een greep uit de bijdragen:

  • Interview met Rinus Otte, voorzitter van College procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie (OM): “Ruimere bevoegdheid voor uitvoerders van vonnissen.”
  • De juridische werkelijkheid van Martine Vis, programmadirecteur van de politie, en strafrechtadvocaat Marianne Hirsch Ballin: de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering
  • Een reportage van Inzicht in Bestuursrecht: procedures onder spanning
  • Uit de landspraktijk: een bijdrage van Reimer Veldhuis
Deel dit artikel via LinkedIn en e-mail