Ga naar hoofdinhoud
Home Actueel Nieuws Cécile Bitter over de oogst van 38 jaar advocatuur

Cécile Bitter over de oogst van 38 jaar advocatuur

29 juli 2026

Cécile Bitter (64) trad onlangs terug als plaatsvervangend landsadvocaat, een rol die ze ruim tien jaar vervulde. Uitkijkend over de rivier, terwijl klepperende ooievaars het gesprek overstemmen, gaat het in de tuin van haar woning in Zutphen over een nieuw leven ergens tussen IJsseldelta en Malieveld.

Hoe zien je weken eruit nu je na 38 jaar geen voltijd advocaat meer bent?

Ik werk nog ongeveer twee dagen per week in Den Haag als of-counsel in vooral de strafrechtpraktijk. Daarnaast ben ik voorzitter geworden van de Gestichten Doesburg. Een organisatie die teruggaat tot de veertiende eeuw, met landerijen, hofjeswoningen en een gerestaureerde kerk. Met de opbrengsten van het vermogen, de landerijen en verhuur wordt de inzet voor maatschappelijke doelen en verduurzaming bekostigd.

Inzicht geven in juridische belangen is belangrijk


Hoe ben je daar zo beland?

Ik zag aankomen dat mijn rolinvulling als advocaat ging veranderen en ik wilde graag maatschappelijk relevante dingen blijven doen. Iemand suggereerde om de voorzittersrol van de Gestichten toen op me te nemen. Ik had al eens eerder bestuursfuncties vervuld, zoals voor het Literatuurmuseum en de VSB Poëzieprijs, en ik ben bijna 12 jaar voorzitter van onze partnervergadering geweest en heb nog wat commissies en werkgroepen gedaan. Na enkele positieve gesprekken kon ik aan de slag.

Hoe ziet jouw rol bij Pels Rijcken er dan nu precies uit?

Gezien mijn leeftijd defungeerde ik als partner, zoals bij ons de afspraak is. Ik wilde daarna wel graag advocaat blijven, maar niet meer zo intensief als voorheen. Ik lees nu mee met adviezen en processtukken en doe soms nog zittingen, maar ik heb ook afscheid genomen van mijn rol als sectievoorzitter en als accountmanager, een aanspreekpunt voor cliënten. Het is daardoor een stuk rustiger nu.

Tijd om terug te kijken dus. In hoeverre is je werk door de jaren heen veranderd?

Met name de communicatie gaat nu veel sneller, maar het was geen slome bedoening vroeger. We deden meer verschillende zaken, op verschillende rechtsgebieden, tijdens mijn stage ging het van echtscheiding tot strafpiket. Zo behandelde ik eens als curator een faillissement. Ik riep de failliet op voor gesprek op kantoor. Toen hij niet kwam, deed ik meteen een verzoek bij de rechtbank om die persoon dan maar te gijzelen. Dat was wat al te gortig, kreeg ik meteen terug van de rechter-commissaris. ‘Zullen we eens beginnen met de failliet gewoon op te roepen’. Van dat soort situaties heb ik in mijn begintijd heel veel geleerd.

Herken je dat het werk complexer is geworden?

De digitalisering heeft het werk wezenlijk veranderd. Vroeger ging je naar een kort geding waar soms nog heel weinig informatie over beschikbaar was. Je sprong de trein uit, sprintte naar de rechtbank, pakte de vaste telefoon in de advocatenkamer en belde dan in korte tijd vlak voor de zitting de feiten en het verdere verweer bij elkaar. Een extreem voorbeeld, maar het kon wel zo gaan. Waar je vroeger elk woord moest overschrijven uit wetbundels in de bibliotheek, zijn er nu veel meer bronnen eenvoudig beschikbaar en wordt er veel geknipt en geplakt. Stukken worden mede daardoor almaar omvangrijker en ingewikkelder. Het werk is ook veel specialistischer geworden. We werken daarom meer in teams van advocaten met verschillende deskundigheid. Het is zaak die specialismen goed samen te brengen en een helicopterview te behouden.

Advocaat-stagiairs: pak de regie, over je zaken en jezelf


Wat zal je altijd bijblijven?

Wat in ieder geval een stempel heeft gedrukt op kantoor en voor mij persoonlijk, is de crisis rond de fraude door Frank Oranje. Ik zat in het crisisteam en het was een heidense klus om de fraude te ontwarren en ‘op te lossen’. Het was ook een katalysator voor allerlei veranderingen. Zo werden we opener naar onze omgeving en naar elkaar binnen kantoor. Maar als ik aan de fraude terugdenk, komen er toch nog steeds veel vragen op. Frank was een rare vogel, maar die hebben we wel meer. Ik kon met hem lachen en dat maakte de verrassing nog groter. Wat heb ik gemist? Maar ook: hoe kun je iedereen zo bedonderen en zoveel op het spel zetten? We zullen het nooit weten.

Wat kenmerkte jou als plaatsvervangend landsadvocaat?

"Luisteren. Goed begrijpen wat de cliënt nodig heeft. Om vervolgens altijd gericht te zijn op de inhoud. Interesse hebben in de persoon en zijn behoeftes en dan liever even de telefoon pakken in plaats van te mailen. Wij zijn dienstverleners en het is goed om je je daar steeds van bewust te zijn. Als plaatsvervangend landsadvocaat word je medeverantwoordelijk voor de relatie met de Staat. Mijn focus lag daarbij op de justitiële keten, het ministerie van Justitie en Veiligheid, het OM, en diverse diensten. Ik heb bijstand mogen verlenen in heel complexe en bijzondere zaken. Het begrijpen van deze cliënten en tegelijk een autonome rol innemen, de verwoording vinden en een proceshouding die past bij de Staat, daar heb ik altijd veel aandacht aan gegeven. Soms verschillende belangen en perspectieven bij elkaar brengen. De toon doet ertoe, en wat mij betreft alleen maar meer in deze tijd van verharding. De overheid en alle vertegenwoordigers daarvan, dus wij ook als rechtsbijstandverleners, hebben een voorbeeldrol."

In hoeverre is het werk voor de Staat veranderd?

We zien een opkomst van maatschappelijke rechtszaken. Het debat in de rechtszaal vindt nu tegelijk plaats in de media en politiek. Dat is in de landspraktijk altijd zo geweest, maar het gebeurt nu steeds meer. Het gaat niet altijd om een belangenorganisatie of een bedrijf die dan tegen de Staat opkomt. Het zijn soms zaken van individuen, bijvoorbeeld verdachten, die tegen de Staat procederen waarbij vaker actief de media worden opgezocht. Voor onze cliënt vraagt dat om een andere aanpak.

Hoe ga je daarmee om?

In het kiezen van je woorden vind ik dat je er nog meer rekening mee moet houden dat je niet alleen de rechter overtuigt, maar dat het ook navolgbaar is voor een breder publiek. Hoe ver dat moet gaan is geregeld onderwerp van gesprek. Als kantoor helpen we nu onze cliënt het standpunt toe te lichten in gesprekken met journalisten, in en buiten de zitting. Pakweg 25 jaar geleden was dat meer gebruikelijk, dan stonden wij na grote zittingen ook zelf de pers te woord, maar voorlichting en woordvoering zijn een vak apart geworden en daarom zijn we daar in overleg mee gestopt. Ik denk dat het wel in het belang van onze cliënt is dat we daar toch nog eens goed naar kijken. We zijn het vertrouwen in de overheid en de rechtsstaat met z’n allen als te vanzelfsprekend gaan beschouwen. Inzicht geven in juridische belangen en standpunten is daarom belangrijk.

Cécile Bitter

Is de rechtsstaat altijd een belangrijk onderwerp van gesprek geweest?

Het is vaak impliciet geweest. Binnen de landspraktijk hebben we regelmatig het gesprek over de wijze waarop we omgaan met een bepaalde kwestie en een cliënt. Waarbij het gesprek echt raakt aan de kernwaarden van de advocatuur. Dat zit in subtiele, kleine dingen, maar ook soms in grotere, als je een cliënt wijst op iets dat niet goed is gegaan en dat daarom moeilijk verdedigbaar is. Dienstverlenend zijn betekent voor mij juist dat ik dat dan ook zeg. Ik vind dat je dan echt aan de slag bent binnen en voor de rechtsstaat. De laatste jaren gaat het daarnaast meer expliciet over de rechtsstaat en dat is een goede zaak, zo krijg je er nog meer gevoel voor en maken we explicieter waarvoor we bezig zijn.

Wat zou je advocaat-stagiairs willen meegeven?

Ze zijn allemaal hartstikke slim en weten heel veel. Meer dan ik op hun leeftijd. Ze vertellen veel over wat ze bezighoudt en waar ze mee zitten. Dat vind ik erg leuk trouwens; ik had dat vroeger echt niet in mijn hoofd gehaald. Tegelijk zijn ze soms misschien een beetje voorzichtig als het om het werk gaat. Ze mogen soms wel wat meer bravoure tonen. Ik daag hen graag uit vooral zelf eerst een aanpak te formuleren. Pak de regie, over je zaken én over jezelf. Meer in algemene zin wil ik hen meegeven dat ze vooral moeten doen waar hun hart ligt. Ga er helemaal voor, grijp je kansen, zoek je grenzen op en verleg ze, maar blijf advocaat omdat je het echt leuk vindt. Doe het bij ons kantoor omdat het bij je past.

Is dat wat je zelf ook hebt ontdekt?

Als ik ergens allergisch voor bleek, is het dat iemand anders mij vertelt hoe het moet. Ik kan niet tegen een keurslijf. Maar ik ben ook best onzeker en dat was ik vroeger nog meer. Het maakt me tot wie ik ben. Ik heb ook geen spijt van keuzes die ik heb gemaakt. Bij Pels Rijcken bleek ik goed te passen. De aard van de praktijk en de cliënten, en alle kansen die ik in de praktijk en op kantoor heb gehad, hebben daarbij een hele belangrijke rol gespeeld.

Waar je dus nooit meer weg wilt?

Ik denk het niet. Ik ben nog niet uitgewerkt. Maar we gaan het zien. Ik kijk wat er verder nog op mijn pad komt. Zo ben ik net benoemd tot plaatsvervangend lid bij het College voor de Rechten van de Mens. Het belangrijkste is dat ik maatschappelijk relevant werk kan blijven doen. Volgens mij heb ik daarom met mijn bestuursrol bij de Gestichten erbij nu een mooie combinatie van werelden.


Vond je dit interview leuk?

Dit interview verscheen eerder in Pels Rijcken Magazine. Abonneer je en ontvang Pels Rijcken Magazine als eerste in jouw mailbox.

Jaargang 3 | Nummer 9 | Juli 2026

Een greep uit de bijdragen: 

  • Een interview met Jan Willem Schaper, plv. directeur-generaal IND: "Eerst nijpender, voordat het beter wordt"
  • De juridische werkelijkheid van: de Nationale Crypto Strategie (NCS), met NCS-programmamanager Hans van Loon over een nieuw poldermodel als sleutel voor nationale veiligheid
  • De Zaak over grootscheeps dijkversterkingsproject KIJK: “Als je aan de dijk komt, kom je aan de mensen”, met Julian Kramer
  • In gesprek met voormalig plaatsvervangend Landsadvocaat en kantoorgenoot Cécile Bitter over de oogst van 38 jaar advocatuur
Deel dit artikel via LinkedIn en e-mail