Een 305a-organisatie kan rechtsvorderingen instellen voor gelijksoortige belangen van haar achterban in de collectieve actie. Een belangrijke ontvankelijkheidsvoorwaarde hiervan is dat de rechtsvordering strekt tot de bescherming van gelijksoortige belangen. De belangen moeten bundelbaar zijn. Een rechter moet beoordelen of de feitelijke en rechtsvragen die bij de inhoudelijk beoordeling van de collectieve rechtsvordering ter beantwoording voorliggen voldoende gemeenschappelijk zijn.
Dit hoofdstuk geeft verdere historische context, verschillende belangrijke uitspraken van rechters over het gelijksoortigheidsvereiste en sluit af met een analyse.