Het begrip ‘nimby’: not in my backyard, verscheen in de jaren zeventig voor het eerst in de media en is sindsdien een gevestigd verschijnsel in omgevingsvraagstukken geworden. Omwonenden (‘nimbies’) die vanwege de te verwachten overlast proberen de komst of uitbreiding tegen te houden van nieuwe windparken, bedrijventerreinen, woonwijken of infrastructuur.
“Wat wij in de praktijk zien, is dat de ‘nimby’ steeds vaker juridische middelen aangrijpt. Misschien komt het doordat er een steeds grotere claim op het ruimtegebruik in Nederland is of doordat mensen meer bereid zijn stappen te ondernemen. Wellicht is het ook een effect van de Omgevingswet”, zegt advocaat Daniëlle Roelands-Fransen die hoofdzakelijk overheden adviseert over omgevingsvraagstukken.
Onder de Omgevingswet is participatie over ruimtelijke ontwikkelingen centraal gesteld. Stakeholders worden in een vroeg stadium uitgenodigd om mee te denken overxeen ontwikkeling.
Waar participatie ertoe zou moeten leiden dat een discussie over bijvoorbeeld de schaduwwerking van een nieuw flatgebouw wordt beslecht met het herpositioneren van de flat of door er bijvoorbeeld een woonlaag minder bovenop te bouwen, is dat niet altijd het resultaat.
“Tegenwoordig stapt men naar de rechter met de klacht dat in het kader van participatie onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen van derden omdat de ontwikkeling toch doorgang vindt”, aldus Daniëlle Roelands-Fransen. Die ontwikkeling neemt een steeds grotere vlucht.
